kop
kopmail adres krekenbuurtStartpagina
menu Grotekreek Molenkreek Mosselkreek Rietkreek Schelpkreek Zandkreek Zuidkreek Ons Eigen Groen De krekenbuurt Fotoalbum Prikbord Archief Ondernemers Huis te koop Adressen en weblinks OEG-winkel Gastenboek
Informatie

Bloemkoolwijken onder vuur
Steeds meer verloedering rond woonerven

Tussen 1970 en 1985 werden in Nederland de zogenoemde bloemkoolwijken gebouwd. In de volksmond ook wel verdwaalwijken genoemd. Kenmerkend aan de wijken is dat ze verkeersluw zijn en gericht zijn op sociaal contact. Vaak is er dan ook een hoofdweg waar geen bebouwing is met aftakkingen naar (doodlopende) woonerven. Ook is er veel openbaar groen. De wijken waren destijds een reactie op de onpersoonlijke hoogbouw uit de jaren zestig en de toename van het autoverkeer. De straat moest haar oude sociale functie weer terugkrijgen. Verkeersluwe wijken, met veel openbare ruimten waar heel wat Nederlanders wel eens in verdwaald zijn. Worden bloemkoolwijken de 'Vogelaarwijken' van de toekomst?

In de jaren zeventig was Nederland hoogbouwmoe. De hoge flats die na de oorlog uit de rond waren gestampt om de woningnood op te lossen, konden rekenen op de afkeer van veel mensen. Bovendien ging de auto steeds meer het straatbeeld domineren. En ook dat kon niet altijd rekenen op sympathie. Kortom, wat de gemiddelde Nederlander begin jaren zeventig wilde, was een verkeersluwe plek om te wonen. Kleinschalig en groen, en met mogelijkheid tot sociaal contact. In een notendop de reden waarom vanaf pakweg 1970 de bloemkoolwijken werden gecreëerd. Een perfect tegenhanger van de bouw in de decennia ervoor. In deze wijken wordt het verkeer over een hoofdweg geleid zodat de rest van de buurt er geen last van heeft en zijn parken en erfjes alom vertegenwoordigd. Bovendien is de structuur op burencontact gericht. De huizen staan vaak in hoeken van 45 graden, er is veel gezamenlijk groen en er zijn weinig schuttingen. Het idee, sociaal, groen en verkeersluw, klinkt vriendelijk. En zo was het ook bedoeld. Jan Willem Altena woont al sinds 1982 in een bloemkoolwijk in Zoetermeer. Hij is de eerste bewoner van zijn huidige huurwoning. "Het grote voordeel van deze wijken is dat er geen doorgaande wegen zijn. Dat maakt het erg rustig. Verder zijn de wijken ruim opgezet en lijken niet alle huizen op elkaar door verschillende architectuur."

Rotte plekken in steden
Ondanks het vele groen en de gerichtheid op sociaal contact scoren de bloemkoolwijken vandaag de dag niet heel hoog als het gaat om tevredenheid over de woonomgeving. Iets wat je wel zou verwachten. "Mensen in deze wijken zijn tevreden over hun huis, maar minder dan gemiddeld tevreden met hun omgeving", vertelt Jeroen Singelenberg van Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV). De stuurgroep, al jaren bezig met oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken op woongebied, signaleerde via de Kanskaart enkele rotte plekken in de bloemkoolwijken. De Kanskaart is een soort monitor die wijken per gemeente toetst op verschraling. "Daarbij moeten we wel zeggen dat die rotte plekken met name in stedelijke omgevingen zaten zoals Amsterdam en Groningen. Dat zijn ook locaties waar je sneller verloedering verwacht dan in wat landelijkere omgevingen", aldus Singelenberg. SEV wil graag voorkomen dat de problemen in die wijken in de toekomst groter worden. "Dat zou bijvoorbeeld zijn als de problemen onbeheersbaar worden en verspreid worden over de hele wijk zoals dat nu bij de Vogelaarwijken het geval is. Als dat gebeurt, is het ook duurder om in te grijpen dan wanneer je van tevoren anticipeert. Tegelijkertijd wilden we echter ook niet dat door onze berichtgevingen de media de prolematiek in de bloemkoolwijken zouden opblazen en zouden melden dat de bloemkoolwijken de "Vogelaarwijken' van de toekomst zijn. Dat is namelijk niet het geval. Het gaat om kleine verloederde plekken."

Niet meer dol op de buren.
Maar wat is dan precies het probleem? Waarover zijn mensen niet tevreden in de bloemkoolwijken? Is het de idealistische opzet misschien, houden we nog wel zo van sociaal contact als in de jaren zeventig? Willen we nog bij onze buren naar binnen kijken en wat doen we met al dat openbare groen?

Bregitta van Dalen woont sinds 1990 in de zogenoemde Krekenbuurt in Zwolle, een van de mooiere bloemkoolwijken van Nederland. Zij is net als Jan Willem Altena erg te spreken over haar buurt maar maakt wel een kanttekening. "Het verandert een beetje. Zo plaatsen veel mensen de laatste tijd hoge heggen, waarschijnlijk om meer privacy te krijgen. Maar daardoor is er minder sociale controle over wat er bijvoorbeeld op straat en in de openbare ruimten gebeurt en zie je nu dat er her en der jongeren gaan hangen. Verder is er 's avonds weinig verlichting en dat geeft een 'unheimisch' gevoel." Dat is precies het probleem dat kan ontstaan in de bloemkoolwijken, bevestigt Jeroen Singelenberg. "Eigenlijk komt het erop neer dat mensen de wijken fijn vinden, maar niets met hun buren te maken willen hebben. Omdat de wijken gericht zijn op sociaal contact, gaan mensen die heggen of schuttingen plaatsen waardoor er luwtes ontstaan die erg gewild zijn bij hangjongeren. Vaak zijn dat de pubers die geboren zijn in de bloemkoolwijken en van wie de ouders toen ze jong waren als eerste bewoners naar de wijken zijn getrokken. De hangjongeren verlagen het veiligheidsgevoel." Wat verder ook meespeelt aan de lagere tevredenheid over de omgeving is volgens Singelenberg het verwachtingspatroon van de mensen die naar de wijken trekken. "Het komt voor dat mensen vanuit de stad naar de bloemkoolwijken verhuizen voor bijvoorbeeld gezinsuitbreiding. Die mensen verwachten een hoge mate van veiligheid en dat kan dan snel tegenvallen. Dat zie je terug in de score over veiligheidsgevoel."

Beheer openbare ruimte
Dus de wijken zijn prima, maar omdat we ons afsluiten omwille van onze privacy lopen de openbare gedeelten het risico te verloederen. "Veel van die ruimtes zijn nu nog van de gemeenten en daar gebeurt weinig mee", vertelt Singelenberg. "Een oplossing zou zijn als de bewoners zelf die ruimtes in beheer krijgen. De grote vraag is alleen onder welke voorwaarden mensen trek hebben in gemeenschappelijk beheer. De enige vorm die we hiervan hebben in Nederland is de Vereniging van Eigenaren (VvE). Daar zijn mensen niet altijd even enthousiast over. Daar moeten we wel bij vermelden dat de meeste VvE's in de grote stad zijn waar mensen vaak individualistischer zijn en anders met instanties als VvE's omgaan. Belangrijk is dat de bewoners de gemeenschappelijke ruimte moeten krijgen, niet te veel tijd in bijvoorbeeld onderhoud hoeven te steken en dat niet alle regelzaken op één persoon terecht komen", aldus Singelenberg. Om te ontdekken wat nu de beste vorm is van gemeenschappelijk beheer gaat SEV binnenkort experimenteren met openbare ruimten in bloemkoolwijken. "Die experimenten moeten eerst nog uitgevoerd worden, dus we zullen pas op zijn vroegst volgend jaar de eerste resultaten hebben over wat nou een goede vorm is", aldus Singelenberg. Er is wel al een aantal bloemkoolwijken waar het beheer al gemeenschappelijk geregeld is.

Bijvoorbeeld in de buurt van Bregitta van Dalen, de krekenbuurt in Zwolle. "Bij ons in de wijk wordt het groen onderhouden door de bewoners zelf. Althans: we zorgen dat het uitbesteed wordt. Bij de aankoop van je woning word je verplicht lid van de Stichting Ons Eigen Groen (OEG). Je betaalt dan een vaste bijdrage en één keer is er een soort onderhoudsdag van de bewoners. Prima geregeld en ik vind het zo ook goed werken."

Het midden segment
Het gemeenschappelijk beheer zou goed geregeld moet worden om verdere problemen in de wijken te voorkomen, maar daarnaast moeten woningcorporaties nog iets anders veranderen. "Iets meer dan de helft van de woningen in de bloemkoolwijken was ooit huur. Nu gaan woningcorporaties over tot de verkoop van de woningen", vertelt Singelenberg. Dat is ook het geval in de wijk van Jan Willem Altena. "Er werd hier veel gehuurd, maar dat zie je langzaam veranderen. Ik krijg ook mijn huurwoning te koop aangeboden." Wat de grote fout is volgens Singelenberg is dat woningcorporaties verkopen zonder eerst de huizen op te knappen. "De woningen zijn op zich prima, maar hebben na zo'n twee decennia wel een opknapbeurt nodig. De corporaties gaan ervan uit dat de kopers die woningen wel zelf opknappen en onderhouden, maar dat is een makkelijke en ook verkeerde gedachte." Dat nieuwe eigenaren wel gaan investeren in de huizen in bloemkoolwijken en onderhoud gaan plegen, is niet per se zo en dit valt ook eigenlijk niet van deze groep koopstarters te verwachten. Singelenberg: "Mensen kunnen door het opknappen ook niet de waardeontwikkeling van deze huizen enorm beïnvloeden. Als dat wel zo zou zijn, stonden de zaken er anders voor." Corporaties zouden dus eerst goed hun bezit moeten verzorgen voor ze het in de verkoop doen. Iets wat ook verloedering zou tegengaan.
De waarde van de bloemkoolwijken is niettemin erg groot, volgens Singelenberg. "Het is belangrijk dat we zuinig zijn op de bloemkoolwijken; daarom is de aandacht wel belangrijk. De wijken zijn het middensegment van de woningmarkt waar we niet zo veel voorraad van hebben. Als je ze goed onderhoudt en opknapt, gaat de prijs iets omhoog maar niet zodanig dat ze tot een hoger segment gaan behoren. Dit zijn precies de huizen die we nodig hebben in Nederland voor bijvoorbeeld koopstarters. De bloemkoolwijken zullen zeker geen probleemwijken worden, maar er is wel een aantal punten waar we iets aan moeten doen. Kijken hoe we het gemeenschappelijk groen dat ooit bestemd was voor veel sociale contacten gaan onderhouden, en vooral ook een gezamenlijk beleid ontwikkelen voor deze wijken."

Uit
EIGEN HUIS MAGAZINE juli / augustus 2008 Tekst Esther de Putter Fotografie Fedde de Weert

webredactie: de bijbehorende luchtfoto van de Krekenbuurt is niet opgenomen.
<< terug