De bouw van de Krekenbuurt

Uit: Krekenbuurt 30 jaar!

De Zwolse Courant

“Als het waar is dat voorbeelden er zijn om nagevolgd te worden, zal Zwolle eerlang veel architecten, gemeentefunctionarissen en bestuurders van woningbouwverenigingen op bezoek krijgen. Die trekken dan naar de wijk Aalanden waar onder auspiciën van het Bouwbedrijf voor Bedrijven en Instellingen (BBI) uit Delft een woningbouwplan wordt gerealiseerd dat zowel door de architectuur als door de totale lay-out van het plan een unieke betekenis heeft voor Zwolle, maar ook voor de rest van Nederland. In het zuid-oostelijk deel van de Aalanden komen 154 woningen in een wijkje, begrensd door Volkerak, Dollard, Zijpe en Merwedelaan.
Architectuur en wijkaanleg zijn van het Bureau voor Architectuur en Stedenbouw Benno Stegeman”. Aldus het begin van een artikel in de Zwolse Courant.

Totstandkoming

De architect, Benno Stegeman, was verplicht om voor het totale plan de voorlopige stich-tingskosten te berekenen. De bouwkosten vormen daarvan slechts een onderdeel. Aannemers kunnen dan inschrijven met een eigen begroting. Het BBI dat het hele plan voor zijn rekening nam, heeft de Firma Moes gekozen als aannemer voor de bouw van de huizen. De calculatie van de aannemer kan echter door allerlei factoren niet altijd kloppen. Er kunnen tegenvallers zijn of verkeerde inschattingen. Ook bij de krekenbouw was dit het geval.

Bouwproblemen

De krekenhuizen zijn traditioneel gebouwd met gestapelde stenen. Dit kost veel tijd. De koepeltoren gaf problemen met het steigerwerk en de uitstekende stenen. De verspringing van de huizen leidde in het begin tot moeilijkheden bij het leggen van de funderingen. Dit betekende een duurdere bouw dan de recht toe recht aan bouw van rijtjeshuizen. Maar, ondanks beginmoeilijkheden is het Bouwbedrijf Moes gelukt om een uniek project te realiseren.
Een andere tegenvaller was de niet juist geleverde stenen door de firma Aberson, waardoor oponthoud in de bouw ontstond. Ook het vinyl voor de badkamers week af van de geplande kwaliteit en kleur. De eerste kreek die tot stand kwam, was de Schelpkreek. Daarna volgden respectievelijk de Grotekreek, de Mosselkreek, de Molen- en Zuidkreek en vervolgens de Zandkreek en de Rietkreek. Volgens een eerste bewoner van de Schelpkreek zijn tijdens een storm pas gemetselde muurtjes die afgedekt waren met een betonplaat, omgewaaid. Ook wordt beweerd dat door een berekeningsfout de Schelpkreek groter is uitgevallen dan de overige kreken. Deze kreek heeft als enige twee uitgangen, één naar de Dollard en één naar het Zijpe. Er werd boven straatniveau gebouwd, waardoor de geplande glooiing in de tuinen ontstond. Wel gaf dit bestratingsproblemen op sommige kreken.
De bouw van de Schelpkreek en de Grotekreek nam meer tijd in beslag dan gepland, waardoor men achter kwam op het schema. Het voegen van het metselwerk werd daardoor in een sneller tempo verricht door steeds weer wisselende voegploegen. Het voegwerk zorgden voor wituitslaande stenen, hetgeen meesmuilend tot de naam “schimmelhuizen” leidde.

Verkoop

De verkoop van de huizen ging via makelaardij Steegstra Postma en later ook rechtstreeks via het BBI. De eerste huizen verschenen op de Schelpkreek en werden in 1973 verkocht. Bij aankoop vanaf de tekeningen kon men wijzigingen in de bouw voorstellen. Tegen meerprijzen konden extra wanden, hardhouten plinten, tegels in badkamer, toilet en keuken, vergroting van de badkamer met ligbad, ander sanitair en grof schuurwerk in de verschillende kamers worden aangebracht. Tevens konden bijvoorbeeld wensen ten aanzien van keukeninrichting, buitenverlichting en buitenkraan gehonoreerd worden. De keuze van de woning kon mede gemaakt worden op de situering, zoals:

’s Morgens zon aan de voorkant of juist ’s avonds.
Meer vrijstaand en een grotere tuin rondom.
Meer besloten tussenwoning.
Entree samen met de buren (gespiegelde huizen) of juist alleen.
Met of zonder garage.

In het begin liep de verkoop van de huizen wat stroef. Men schrok terug voor de kleur van de stenen, de eigenaardige vormgeving en de situering. Er werden door de critici dan ook allerlei namen voor deze bijzondere wijk bedacht, zoals:

kauwgomballenstad,
condoomwoningen,
kashba en kasteelbuurt,
schimmeldorp door de wituitslaande stenen,
het afgebrande dorp vanwege de donkere steen enz.

Ook werd het enthousiasme van potentiële kopers wat getemperd door de aanwezigheid van hoge flats in de buurt en de toch wel wat hoge verkoopprijs.

Reclame en prijzen

 

Door het BBI werd flink reclame gemaakt voor de huizen in landelijke en regionale bladen. Op stations hingen affiches om deze bijzondere huizen aan te prijzen. Zwolle wordt aangeprezen als een knooppunt van weg-, spoor-, bus-en waterverbindingen met toen nog zo’n 80.000 inwoners; met een historisch stadscentrum en een ruim aanbod van cultuur- en onderwijsmogelijkheden. Ook wordt al gewezen op de bouw van een winkelcentrum in de buurt in de naaste toekomst. Door het BBI werden zelfs bouwplaten van de huizen ter beschikking gesteld aan aspirant-kopers om de visuele voorstelling van een woning te vergroten.
Vergeleken bij andere nieuwbouwhuizen waren de prijzen toen best wel aan de hoge kant:

Een H2 woning, 35 stuks, vanaf ƒ 95.000,- tot ƒ 108.000,-.
Een H3 woning, 85 stuks, vanaf ƒ 120.000,-tot ƒ 140.000,-.
Een HZ woning, 21 stuks, vanaf ƒ 140.000,- tot ƒ 150.000,-.
Een HT woning, 13 stuks, vanaf ƒ 155.000,-tot ƒ165.000,-.
(De prijzen zijn in Guldens)

Bewoners die al voor de bouw vanaf de tekeningen gekocht hadden, waren iets goedkoper uit. Het H3 type was binnen het meest spectaculair vanwege de vide van het extra woongedeelte op de eerste etage. In de Schelpkreek werd een modelwoning (H3) ingericht waar vanuit het BBI belangstellenden wegwijs maakte en woningen verkocht.

De tuinen

Voor de aanleg van de eigen tuinen werd door de firma Graphorn in opdracht van het BBI de grond omgespit, mest gestrooid en gras ingezaaid. Ook het planten van bomen en heesters kwam voor rekening van het BBI. Een bepaald bedrag van de koopsom van de huizen was gereserveerd voor de aanleg van de eigen tuinen. De nieuwe bewoner moest alleen zijn keus voor deze beplanting bepalen aan de hand van een uitvoerige lijst met mogelijkheden. Hierin stonden adviezen voor tuinen die op het noorden, zuiden, westen en oosten lagen. Met o.a soorten bodembedekkers, solitairstruiken, bomen en heesters. Maar er werden zo hier en daar in de privétuinen al bepaalde bomen en struiken geplant, bijvoorbeeld speciale dennen, met het doel een zekere herhaling in het groenplan te creëren. Er werd uitvoerig geplant, zodat er snel resultaat met het groen geboekt kon worden. De natuur deed zijn best, maar de tuinen werden op den duur te vol en men moest keuzes maken tussen dichtgroeien of verwijderen.

Meer over de tuinen op deze pagina.

Foto’s van de bouw van de Krekenbuurt.
Met dank aan heer J.P. de Koning en de familie Berends voor het beschikbaar stellen van foto’s.